h

De HOOFDLIJNENNOTA VOOR HET OMGEVINGSPLAN FLEVOLAND 2006 (concept d.d. 22 juni 2005)

19 juli 2005

De HOOFDLIJNENNOTA VOOR HET OMGEVINGSPLAN FLEVOLAND 2006 (concept d.d. 22 juni 2005)

Sinds het jaar 2000 is wettelijk voorgeschreven dat de provincies elke zes jaar een Structuurplan moeten maken voor in het bijzonder de ruimtelijke plannen in hun gebied.
De sociale en culturele componenten komen daarbij ook volwaardig aan bod.

In Flevoland is voor de naam Omgevingsplan gekozen. Het Omgevingsplan Flevoland 2006 (kortweg OPF06) zal in november 2006 door de provinciale staten worden vastgesteld voor de periode 2007-2013. Het OPF06 begint vorm te krijgen. Na overleg met de gemeenten, het waterschap, gebiedsparticipanten en andere belanghebbende partijen is recentelijk het concept voor de hoofdlijnennota gereedgekomen.

De afgelopen maanden hebben drie burgerjury’s onder begeleiding van de Universiteit van Amsterdam adviezen mogen formuleren over deze hoofdlijnennota. De jury’s hebben zich daarbij gericht op onderscheidenlijk Flevoland Noord (NOP/Urk), Flevoland Oost (Lelystad/Dronten) en Flevoland Zuid (Almere/Zeewolde). Vanuit de statenprojectcommissie OPF06 zijn de leden verdeeld over deze drie deelgebieden. Samen met collega’s van het CDA, SGP en Ons Flevoland (v/h LPF) was ik namens de SP-fractie gekoppeld aan de jury voor Flevoland Zuid. De vertegenwoordiger van Ons Flevoland schitterde telkens door afwezigheid, maar dit ter zijde. De adviezen van de jury’s waren voor pakweg 95% een bevestiging van bestaand provinciaal beleid, dat hier en daar wel wat zou moeten worden geïntensiveerd of afgeremd. Waar de adviezen afweken ging het over zaken waarop de provincie weinig invloed heeft, zoals het inzetten van meer treinen in de spitsuren en het in de praktijk beter aansluiten van de aankomsttijden van treinen op de vertrektijden van bussen en omgekeerd. Grappig was het idee van de jury Oost om mensen die op voormalig landbouwterrein een boerderij als comfortabel (tweede) huis willen inrichten, een op juridische leest geschoeid ‘niet-klagen-contract’ te laten ondertekenen, zodat ze niet gaan zeuren over de stank van ammoniak, lawaai en hinder van tractoren op landwegen.

Na de zomerstop zal de eventueel aangepaste hoofdlijnennota door het provinciale bestuur volgens de wettelijke procedure aan de formele inspraak van ‘een ieder’ worden blootgesteld.

Hierna wat commentaar op de concepthoofdlijnennota.

Sturen door de provincie

De provincie kiest voor een andere manier van sturen: minder voorschrijven en controleren en meer betrokkenheid bij het uitvoeren van projecten. Dat is natuurlijk mooi gezegd, maar daar waar de provincie geen zak geld inbrengt kan zij weinig meer dan geїnteresseerd toekijken hoe de eerst verantwoordelijke overheden (vaak rijk en/of gemeente), gedwongen door gebrek aan geld toch een andere koers (moeten) varen. Denk aan de volkshuisvesting met het blijvende tekort aan betaalbare woningen. Op het gebied van bijv. de jeugdzorg heeft de provincie sinds kort wél een bepalende rol. Bij de voorzieningen liggen de accenten behalve op jeugdzorg verder op hoger onderwijs, cultuur, sport & (commerciële) recreatie en toerisme.

Hoe staat Flevoland er maatschappelijk voor?

Sinds het OPF2000 is er weinig veranderd. De ontwikkeling van de regionale economie en sociaal-culturele voorzieningen blijven onverminderd schromelijk achter bij de snelle groei van het inwoneraantal. De provinciale ambitie is om die achterstand van 30% ten opzichte van het gemiddelde niveau in ons land, terug te brengen tot 20% in 2012. In 2030 moet de werkgelegenheidsgraad groeien tot het peil van het Nederlandse gemiddelde. We nemen dus nog een kwart eeuw achterstand voor lief! Een ambitie van lik-me-vestje.

Het wegverkeer is in verergerde mate verstopt. Meer asfalt lost volgens de SP op den duur niets op, maar ook het openbaar vervoer is tot nu toe niet dé oplossing gebleken, mede doordat het rijk daarop fors heeft bezuinigd.

Niettemin overweegt Flevoland ruimte beschikbaar te stellen voor functies waarvoor de Randstad geen ruimte meer heeft. Daarbij acht Flevoland het rijk en de zogeheten noordvleugelpartners (provincie NH, ROA, Amsterdam, Haarlemmermeer) in belangrijke mate medeverantwoordelijk voor het wegwerken of zichtbaar verminderen van genoemde achterstanden. Reken je maar rijk!

Bij financiële en algemene beschouwingen heeft de SP-fractie – met als medestander vaak alleen de Christen Unie – er bij motie herhaaldelijk op gewezen dat het zo niet verder kan. Eerst boter bij de vis van rijk en Randstad en dan pas als veredelde bouwput voor Amsterdam e.a. gaan dienen. Recentelijk heeft de provincie echter besloten nu alvast € 100 miljoen voor de veeljarige schaalsprong van Almere te reserveren …

Het demagogisch omzeilen van Europese natuurwetgeving (de saldobenadering)

Vooral de Europese Vogel- en habitatrichtlijn - die vogels en andere dieren in hun territorium beschermt - staat de verstedelijking en de bijbehorende verasfaltering in de weg.

Er geldt nu een ‘Nee, tenzij-principe’ waarbij bouwen alleen mag, als de aanwezige natuur daarvan geen schade ondervindt. De provincie wil in het OPF06 overgaan tot een ‘Ja, want-principe’. Het IJsselmeer is het grootste zoetwatergebied van Europa en tot voor kort werd het in alle toonaarden van lyriek bejubeld als een uniek en majestueus natuurgebied, een eldorado van natuur, vrijheid, rust en ruimte. Tegenwoordig wordt het qua natuurwaarde een lege bak water genoemd en een toonbeeld van eenzijdigheid en verveling. Om tot de ‘Ja, want-methode’ te komen wordt zogenaamd eerst geїnvesteerd in natuur. In het Markermeer en IJmeer worden eilandjes en verondiepingen gemaakt, die na enig braakliggen vanzelf de status van ‘uniek, kwetsbaar natuurgebiedje’ krijgen. Nieuwe natuur wordt zo verkregen en gebruikt als compensatie voor buitendijks bouwen voor de rijken. Met andere woorden: bestaande natuur wordt veranderd in compensatienatuur. Demagogie, misleiding in de hoogste graad! Later komen de eilandjes zelf natuurlijk ook voor ‘bijzondere bebouwing’ in beeld. Dit type van bouwen heet tegenwoordig ‘dun en duur’ en zal ook plaatsvinden in en nabij de te creëren ‘robuuste ecologische zone’ tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold, die verder door de Veluwe naar Duitsland gaat.

De SP-fractie zal bij eerste gelegenheid een motie indienen, met als voorstel om in de eventuele buitendijkse gebieden ten minste 30% betaalbare woningbouw op te nemen voor starters op de woningmarkt, ouderen en mensen met weinig geld. Hoewel dit soort moties kansloos is, moet deze klok wel worden geluid.

Het infrastructurele netwerk

Er zijn twee hoofdassen:

  • de zuid-noordas tussen Schiphol en Groningen, zeg maar de Zuiderzeelijn;
  • de west-oostas tussen Alkmaar en Zwolle.

Wat de zuid-noordverbinding betreft is de magneetzweeftrein politiek wel door de hoeven gezakt. Andere varianten van de Zuiderzeelijn zijn nu onderdeel van rijksoverleg.

Voor de Hanzespoorlijn tussen Lelystad en Zwolle heeft het rijk recentelijk groen licht gegeven. In 2012 kunnen we in 30 min. met de trein van Lelystad via Dronten naar Zwolle.

De verstedelijking

Dit is primair een gemeentelijke taak. De provincie kijkt naar de onderlinge afstemming tussen de gemeenten op het vlak van woonmilieus en werklocaties. De provincie is hier weer de denkbeeldige ‘haai zonder tandjes’.

De schaalsprong van Almere

Het wachten is op de besluitvorming van het rijk over het ontwikkeltempo van Almere in de periode 2010-2030 en de bijbehorende vervoersinfrastructuur. Grote achterstanden op het gebied van werkgelegenheid en sociaal-culturele voorzieningen zijn zoals gezegd in te lopen.

Er zijn drie scenario’s:

  1. de basisvariant die voorziet in groei volgens de eigen Flevolandse behoefte, met ‘een klein plusje’ (EB+);
  2. de middenvariant (MV) die uitgaat van de Nota Ruimte en voorziet in 40.000 woningen, in ruime mate mede voor randstedelingen van buiten onze provincie;
  3. de maximale variant (MV) die is gericht op het groei-plusscenario (GP) en voorziet in 70.000 woningen, met een grootschalige opvang voor het ‘oude land’.

De Luchthaven Lelystad

De luchthaven kan voor o.a. het aantal vliegbewegingen, de geluidbelasting en de milieubelasting, verder worden ontwikkeld binnen de grenzen van de in 2004 door het rijk vastgestelde Planologische Kernbeslissing (PKB). Die PKB laat overigens veel ruimte voor uitbreiding. Bij het opstellen van ons provinciale verkiezingsprogramma voor 2003-2007 werd in het eerste concept opheffing-op-termijn van het vliegveld bepleit. Dus conform het landelijke standpunt. Door democratische invloed van de (toen nog) twee algemene ledenvergaderingen is het aspect werkgelegenheid serieus gaan meewegen. Met 3.500 banen is Schiphol de grootste leverancier van banen in onze provincie. Het vliegveld Lelystad is voor 100% eigendom van Schiphol.

Als gevolg van de ledeninvloed is de statenfractie schoorvoetend akkoord gegaan met ‘groeien binnen de PKB’. De gemeenteraadsfracties nemen wat dit betreft in 2006 natuurlijk hun eigen verantwoordelijkheid na raadpleging van de leden, waarbij goede afstemming van de afdelingen onderling geen overbodige weelde is.

In spanning wachten voor- en tegenstanders in Flevoland de ontwikkelingen op rijksniveau af die in 2006 naar buiten zullen komen.

Het recente advies van de Raad voor Verkeer en Waterstaat doet weinig goeds verwachten. Schiphol moet zijn vierde plaats op de wereldranglijst van ‘mainports’ volgens die raad behouden. Koste wat het kosten wil. Zoals kennelijk binnen de hele Flevolandse samenleving het geval is, waren ook binnen de burgerjury’s de meningen over het vliegveld sterk verdeeld.

De heilige landbouw

Uiteraard is deze verhandeling niet volledig, denk bijv. aan de in Flevoland heilige landbouw.

Tachtig procent van ons gebied is landbouwgrond. Dit levert slechts zeven procent van de werkgelegenheid op en vijf procent van onze gezamenlijke economische opbrengst.

De landbouw is een aflopende zaak en in deze vorm niet meer van deze tijd, zeker niet wat betreft de schepselonwaardige vormen van intensieve veehouderij die hier en daar in de NOP voorkomen. Ze wordt door monstrueuze Europese subsidiëring kunstmatig in leven gehouden. Het aantal bedrijven vermindert niettemin stelselmatig, waardoor landbouwgrond vrij komt voor andere benutting. Daarbij is te denken aan commerciële recreatie, dollartekentoerisme en ‘dun en duur’ bouwen voor de financieel begenadigden.

Piet Walraven,
voorzitter statenfractie SP

U bent hier