h

SP fractie stelt vragen betreffende beheer natuur en landschap buiten de NNN

23 juni 2016

SP fractie stelt vragen betreffende beheer natuur en landschap buiten de NNN

Flevolandschap en Natuurmonumenten zijn dit jaar aan de beurt om de Subsidie Natuur en Landschap (SNL) voor de komende 6 jaar aan te vragen en vast te stellen.
Deze natuurbeherende organisaties vragen voor de periode 2017-2022 wederom de SNL-subsidie aan. De SP fractie ontvangt signalen dat de provincie voor het natuur- en landschapsbeheer buiten het Nationaal Natuur Netwerk (NNNgeen middelen meer beschikbaar stelt. Dit na een continue beheervergoeding van 25 tot 30 jaar.

Hierover heeft de SP fractie eerder vragen gesteld, en blijven ons zorgen maken over de mogelijke verloedering van gebieden buiten de NNN.

Met het besluit en de onderbouwing om geen SNL subsidie buiten de NNN toe te kennen wijkt Flevoland hierin af van veel andere provincies, die wel aanvullende middelen voor behoud van natuur- en landschapskwaliteit beschikbaar stellen. Het beschikbaar stellen van aanvullende middelen is ook in lijn met de afspraken die in IPO verband zijn gemaakt.

Tevens is -landelijk- de vergoeding vanuit de SNL-subsidie verlaagd van 84% naar 75% van de werkelijke kosten. Dit legt al een extra last bij de organisaties.

Reden waarom de SP fractie de volgende vragen aan het college van GS stelt:

  1. Welk effect heeft het Flevolandse subsidiebeleid op de gebieden die niet tot de zogenaamde NNN gebieden behoren?
  2. Deelt het college de mening van de SP dat de gronden buiten de NNN mogelijk op termijn geen bijdrage leveren aan de karakteristieke landschapselementen en verloederen?
    - Zo nee, waarom niet?
  3. Partijen kunnen extra middelen genereren door economische activiteiten te ontplooien, maar niet alle partijen zijn in staat dit te doen. Wat heeft dit voor consequenties voor het natuurbeheer en voor het vrij toegankelijk blijven van natuur?
  4. De natuurbeherende organisaties worden door het verlagen van de subsidies flink gekort op hun budget. Welke consequenties heeft dit voor zowel de organisaties als het natuurbeheer?
  5. Hoeveel rijksmiddelen ontvangt de provincie vanuit de decentralisatie van het natuurbeheer?
  6. Hoeveel extra middelen zijn er nodig om het beheer van de gronden buiten het NNN op gelijke wijze te subsidiëren?
  7. Is het college bereid om in deze middelen te voorzien en daarmee de landschapskarakteristieken op peil te houden?     - Zo nee, waarom niet?

Reactie toevoegen

U bent hier