h

Politieke en bestuurlijke gevolgen uit functie ontheffen van topambtenaren

23 april 2018

Politieke en bestuurlijke gevolgen uit functie ontheffen van topambtenaren

De Statenfractie van de Socialistische Partij Flevoland beschikt over informatie waaruit valt af te leiden dat zowel de ambtelijke trekker van de Omgevingsvisie als het Hoofd RE niet meer in functie zijn. Uiteraard is de volksvertegenwoordiging niet in eerste instantie belast met de lotgevallen van individuele ambtenaren. Maar zowel het tijdstip als de aard van deze maatregelen doen vermoeden dat er sprake is van een koerswijziging met gevolgen voor lopende programma’s.
Dit is voor de SP Statenfractie aanleiding om, op basis van art. 23 lid 1 en 2 RvO, het College van Gedeputeerde Staten de volgende vragen te stellen:

  1. Kunt u bevestigen dat zowel de ambtelijke trekker van de Omgevingsvisie als het Hoofd RE niet meer in functie zijn binnen provincie Flevoland?
  2. Zijn deze beslissingen exclusief door de Provinciesecretaris en zonder betrokkenheid van het college genomen of is hier sprake van collegebesluiten?
  3. Indien deze beslissingen exclusief door de Provinciesecretaris genomen zijn, is het college dan in het geheel niet hierover geïnformeerd of waren de collegeleden wel degelijk op de hoogte?
    - Zo ja, sinds welk moment?
  4. In hoeverre hebben beide casussen met elkaar te maken?
  5. Wat betekenen deze maatregelen voor de belangrijke uitgangspunten voor de Omgevingsvisie: het “opgavegericht werken” en het “werken van onderop”,?
  6. Erkent u dat met name de ambtelijke trekker Omgevingsvisie en het Hoofd RE waren belast met het ambtelijk gestalte geven aan de uitgangspunten “opgave gericht werken” en “werken van onderop”?
  7. De in de Omgevingsvisie vastgelegde perspectieven zouden in de komende jaren meer middelen krijgen.
    - Geldt deze aanpak nog onverkort voor alle perspectieven?
  8. Zowel het perspectief “Krachtige Samenleving” als de “Energietransitie” zouden met name ontwikkeld worden vanuit de uitgangspunten “opgavegericht werken” en “werken van onderop”. Gaan deze perspectieven zich nu anders ontwikkelen dan verondersteld tijdens de vaststelling van de Omgevingsvisie in november 2017?
    - Zo ja, op welke wijze?
  9. Zowel het ontslag van de ambtelijke trekker van de Omgevingsvisie als het niet meer in functie zijn van het Hoofd RE hebben zich voltrokken kort na het aftreden van Gedeputeerde Meijer? Is er sprake van enig verband tussen deze gebeurtenissen?
  10. Hadden zowel de ambtelijke trekker van de Omgevingsvisie als het Hoofd RE niet een zeer belangrijke rol bij de uitvoering van de portefeuilles van gedeputeerde Meijer en is het, in dat perspectief gezien, niet meer dan toevallig dat deze maatregelen vrijwel direct na het aftreden van deze gedeputeerde zijn genomen?
    - Zo nee, waarom niet?
  11. Denk u dat zowel de ambtelijke trekker van de Omgevingsvisie als het Hoofd RE nog in functie zouden zijn als gedeputeerde Meijer niet had hoeven aftreden?
    - Zo ja, waarom?
    - Zo nee, waarom niet?
Bijlage: 

Reactie toevoegen

U bent hier